Je wilt een eerste huis kopen, maar de weg ernaartoe voelt vaak ingewikkeld. Jongeren die de woningmarkt betreden, merken dat er veel informatie op hen afkomt. Hoeveel kun je lenen, welke hypotheekvorm past bij je en hoe ga je om met de kosten die niet in de hypotheek passen? Het zijn vragen die bijna iedereen in deze fase stelt. Er zijn verschillende stappen en regelingen waar je gebruik van kunt maken. Door goed te weten wat er speelt, krijg je meer grip op je situatie en wordt de sprong richting je eerste woning overzichtelijker.
Een logische eerste stap is het berekenen van je maximale hypotheek. Hierbij is het inkomen belangrijk. Banken en andere hypotheekverstrekkers kijken naar het vaste salaris, eventuele toeslagen of bonussen en soms ook naar een tijdelijk contract als daar perspectief in zit. Daarnaast telt mee of je studieschuld hebt of andere lopende leningen. Die zorgen ervoor dat je minder kunt lenen, omdat een deel van het inkomen al vaststaat voor aflossingen.
Met online rekenhulpen krijg je snel een indruk van je mogelijkheden. Daar komt de term startershypotheek berekenen vaak naar voren. Je vult je gegevens in en ziet een bedrag dat als richtlijn kan dienen. Toch gaat een geldverstrekker altijd verder kijken dan alleen de uitkomst van zo een tool. Ook het spaargeld, de vaste lasten en de stabiliteit van de baan worden meegenomen. Zo ontstaat een realistischer beeld van wat haalbaar en verantwoord is.
Als starter kom je meestal uit bij een annuïteiten- of lineaire hypotheek. Beide hebben hun eigen dynamiek. Bij een annuïteitenhypotheek betaal je maandelijks een vast bedrag, dat uit rente en aflossing bestaat. In het begin is het rentedeel groter, later wordt de aflossing steeds zwaarder. Dat geeft in de loop der jaren meer ruimte omdat je schuld kleiner wordt.
Een lineaire hypotheek werkt anders. Je lost vanaf het begin een vast bedrag af, waardoor je schuld sneller afneemt. De rente die je betaalt daalt met de tijd, omdat je lening kleiner wordt. Dat betekent dat je maandlasten langzaam lager worden. Voor starters met een ruimere buffer kan dit aantrekkelijk zijn, al liggen de lasten in de eerste jaren hoger dan bij een annuïteitenhypotheek.
In beide gevallen profiteer je van hypotheekrenteaftrek, zolang je daadwerkelijk aflost. De Belastingdienst staat alleen aftrek toe bij deze vormen, waardoor ze onder starters de standaard zijn geworden.
Niet iedereen kan met het eigen inkomen het gewenste bedrag lenen. Daarvoor bestaan aanvullende regelingen. De bekendste is de Starterslening van het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn). Hiermee leen je een extra bedrag naast je reguliere hypotheek. De eerste drie jaar betaal je geen rente of aflossing, waardoor je maandlasten tijdelijk lager blijven. Daarna ga je wel betalen, maar vaak met de mogelijkheid om dit af te stemmen op je draagkracht.
Daarnaast speelt de vrijstelling van overdrachtsbelasting een rol. Kopers tot 35 jaar hoeven bij de aankoop van een woning tot €525.000 (grens in 2025) geen overdrachtsbelasting te betalen. Dat scheelt duizenden euro’s aan kosten koper. Voor jongeren die nét hun eerste huis willen kopen, kan dit verschil maken tussen wel of niet instappen.
Hoewel je 100 procent van de woningwaarde mag lenen, komen er altijd extra kosten bovenop. Denk aan de notaris, taxatie, advieskosten en de overdrachtsbelasting als je boven de grens valt. Gemiddeld gaat het om vijf tot zes procent van de woningprijs. Dit bedrag moet je zelf hebben, vaak uit spaargeld. Zonder eigen middelen wordt het lastig om de koop rond te krijgen.
Sommige ouders of familieleden helpen hierbij. Dat kan door middel van een schenking of een zogenoemde familiehypotheek. Een schenking kan onder bepaalde voorwaarden belastingvrij, zolang het geld wordt gebruikt voor de eigen woning. Een familiehypotheek houdt in dat je bij je ouders leent in plaats van bij een bank. Dat geeft flexibiliteit, maar vraagt ook duidelijke afspraken om conflicten te voorkomen.
Het oriënteren op een hypotheek doe je niet alleen. Veel starters zoeken begeleiding van een adviseur. Zo iemand kent de regels en kan aangeven welke stappen logisch zijn. Het eerste gesprek is vaak kosteloos en bedoeld om inzicht te geven. Een adviseur bekijkt niet alleen je inkomen en spaargeld, maar ook je toekomstplannen. Denk aan gezinsuitbreiding, een andere baan of studiekosten die nog komen. Op basis daarvan ontstaat een advies dat beter aansluit bij je situatie dan alleen een berekening.
Het helpt bovendien om al vroeg te praten met een adviseur of bank. Je hoeft dan nog geen huis op het oog te hebben, maar je weet wel waar je rekening mee moet houden. Dat voorkomt teleurstellingen en geeft je tijd om te sparen of je plannen bij te stellen.